Tour de France - (Tour) Gesink: ´Straks voor tv begint de ellende´
Het moest een glorieuze eerste Tour worden voor Robert Gesink, de 23-jarige klimmer uit Varsseveld. Hij was mede-favoriet voor de jongerentrui, droomde van een plek in de toptien van het algemeen klassement en keek met plezier uit naar de slag in de bergen. Maar donderdag vliegt het talent van de Rabo wielerploeg alweer naar huis, naar Nederland. Een knullige val in de vijfde etappe leverde hem naast tal van schaafwonden op zijn linkerarm, linkerbeen en rug namelijk ook een gebroken linkerpols op. "Over en uit. We kunnen naar huis. Een waardeloze eerste ervaring met de Tour", treurt de renner in een interview.
Je komt nu net uit het ziekenhuis na de grootste klap van het seizoen, maar je klinkt nog vrij nuchter.
"Misschien moet het echte besef nog komen. Ik ben nu beduusd van het hele gebeuren. Het lijkt allemaal nog zo onwerkelijk. Ik heb zo intens naar deze Tour toe geleefd en er zoveel voor gedaan dit seizoen. En dan verpest zo`n stom moment alles in een klap. Je gaat het misschien straks pas echt beseffen. Ik vermoed wel dat als ik thuis voor de buis zit de ellende echt begint. Die confrontatie zal moeilijk zijn. Ach, misschien kijk ik wel helemaal niet. Mijn progamma van de komende weken zal ik straks invullen."
Wat kun je je nog herinneren van de val?
"Alles. Nee, ik ben niet geduwd of wat dan ook. Het was gewoon een heel knullig moment. In de afdaling van het tweede colletje van de dag werd ineens heel hard geremd. Ik zat op het verkeerde moment op de verkeerde plek, kon niet meer goed remmen en ineens sloeg ik over de kop. Ik was de meest ongelukkig van het hele peloton op dat moment. Aanvankelijk dacht ik dat het nog meeviel. Ik zag direct al die schaafwonden en dat is nog tot daar aan toe. Maar al snel begon mijn linkerpols heel erg pijn te doen. Met die hand probeerde ik mijn val te breken. Dat is funest geweest."
Je komt vervolgens met Grischa Niermann en Joost Posthuma toch nog terug, terwijl ze vooraan echt heel hard doortrokken. Voor de buis kregen we het idee, het komt toch nog goed en het valt mee.
"Dat gevoel had ik zelf eerlijk gezegd niet. Je hoopt tegen beter weten in, dat wel. En het ging ook met golven. Op gladde wegen ging het nog enigszins. Ik kon mijn stuur daar redelijk vasthouden, maar remmen was heel moeilijk. Maar zo gauw de weg hobbelig werd, was het ondraaglijk. Van de rondedokter kreeg ik nog een pijnstiller, maar je moet niet denken dat daar alles direct mee weg was. Twintig kilometer voor de finish werd het wegdek echt slecht en moest ik ze laten gaan."
Had je al snel het gevoel dat dit wel eens het einde van deze Tour kon zijn?
"Ja eigenlijk wel. Twee maanden geleden is mijn zus met mountainbiken gevallen en daarbij brak zij ook een pols. Dat zag er eigenlijk identiek uit. Haar pols werd heel snel dik. Ze kon niets meer vast houden. Dat beeld spookte steeds door mijn kop toen ik samen met Grischa en Joost probeerde terug te keren. Maar je hoopte tegen beter weten in een beetje op een wondertje. Misschien valt het straks allemaal wel mee en kan ik doorgaan, bedacht ik me ook. Ik wilde persé uitrijden en dan zouden we wel verder zien."
Het houdt maar niet op bij jullie. Iedere keer als je denkt dat de gifbeker leeg is, gebeurt er weer iets. Jouw afhaken zal de stemming niet echt helpen.
"De ploeg heeft nu heel hard een meevaller nodig. Het klinkt wellicht gek, maar dinsdagavond na de ploegentijdrit leek het of we allemaal de knop hadden omgedraaid. Ik had deze Tour met de ploeg nog niet zo`n gezellige avond meegemaakt. We hebben ontzettend gelachen en de stemming was heel goed. We hadden met zijn allen een gevoel van `ons terrein komt eraan. Ze gaan ons nog zien`. Een dag later kan ik mijn koffer al pakken. Ik kan je verzekeren, dat is een heel ellendig gevoel. Ik weet in elk geval dat dit voor mij persoonlijk een waardeloze eerste ervaring met de Tour is."
Hoe nu verder? In het ziekenhuis sprak je de hoop al uit in de Vuelta te mogen starten.
"Ik wil vooruit kijken en niet bij de pakken neer zitten. Het seizoen is nog lang en er komt nog een grote ronde, die me bovendien goed ligt. Het woord `Vuelta` was het eerste wat in me opkwam toen ik het slechte nieuws hoorde. Verder heb ik er nog met niemand over gesproken. Maar ik heb begrepen dat het medisch haalbaar kan zijn. De ploeg voor Spanje is nog lang niet bekend, maar ik weet wel dat er heel veel zijn, die er graag naar toe gaan. Misschien wil de ploeg daar wel met een echte kopman gaan rijden. Dan ben ik graag beschikbaar."
Ga naar het Rabo fotoalbum