Tour de France - (NK Elite) Boom alleskunner van allure

Ja, hij rekent er op volgend seizoen ook op de weg bij het ProTeam zijn mannetje te moeten staan. Lars Boom (foto) werd zondagmiddag kennelijk ineens ontdekt als een groot talent op de weg. Maar insiders weten wel beter. Boom is al bijna vier jaar ook op de weg een toptalent bij het Rabo Continental Team. Zijn macht in het veldrijden is bekend. Zijn tijdrijderskwaliteiten gevreesd. Op de weg beschouwen veel insiders hem als een van de grootste Europese talenten. Zondagmiddag in Ootmarsum bleek waarom. De wijze waarop de jonge Brabander naar goud fietste, was indrukwekkend en verrassend. Zo verrassend, dat tv-verslaggevers hem minutenlang met Michiel Elijzen verwisselden.

Maar het was niet Michiel Elijzen, het was Lars Boom, die de gehele finale met Koos Moerenhout en Niki Terpstra kleurde. Hij had het zelf al eerder willen laten zien, maar moest zich inhouden. `En dat is moeilijk voor een jonge gast`, gaf hij zelf toe. `Ik heb me zitten verbijten, maar ik wist dat ik geduld moest hebben. In de laatste tien kilometer worden de prijzen verdeeld.` Boom begon die laatste kilometers in een groep van veertig kanshebbers. Hij zag daarin uiteraard ook veel collega`s van het Rabo ProTeam fietsen. Die deden er alles aan om ondanks het weinig selectieve parkoers toch de titel in eigen kring te behouden.

Reactie volgens het boekje
Zowaar leek Koos Moerenhout op weg naar prolongatie van zijn kampioenschap. Hij reageerde volgens het boekje nadat Niki Terpstra een eerste prik van Lars Boom kon neutraliseren. Ze waren slecht vijf tellen met zijn drieën bijeen toen Moerenhout aanviel. Boom voelde zich berensterk, maar kon aanvankelijk niks doen, omdat hij dan mogelijk de snelle Terpstra in een zetel naar de titel zou brengen. Terpstra reed zich echter leeg in de achtervolging op de sterke tijdrijder Moerenhout. Boom kon op vijf kilometer van de finish eindelijk voor eigen kansen gaan toen bleek dat Terpstra op was.

De versnelling van Boom was voor een Nederlandse wegrenner van ongekend formaat. Binnen twintig tellen had hij het gat met Moerenhout overbrugd en de veteraan moest vervolgens bij iedere overname van Boom alle zeilen bijzetten om in het wiel te kunnen blijven. In de laatste vijfhonderd meter ging Boom voor eigen kans. Moerenhout kon niet volgen en was zijn titel dus toch kwijt, maar daar had hij geen moeite mee, zoals hij later toegaf.

Nee, er waren geen stalorders geweest. `Als er maar iemand van Rabo kampioen zou worden`, bekende Boom. Moerenhout: `Natuurlijk wil je winnen als je er zo dichtbij bent, maar hij was zo sterk. Lars verdiende dit gewoon en zilver is ook mooi. De jeugd is niet tegen te houden. Ook al zou je nog wel even willen.` Moerenhout had wel een excuus. Donderdag en vrijdag verkende hij in het gezelschap van Denis Menchov en ploegleider Erik Breukink nog een aantal cols in de Pyreneeën. Moerenhout was pas in de nacht van vrijdag op zaterdag om twee uur thuis. Maar hij vond dat zelf niet zo`n probleem. `Het hoort er gewoon bij. Daar ben je profrenner voor.`

Zevende titel in anderhalf jaar
Voor Boom betekende het de zevende grote titel in anderhalf jaar tijd. Het begon vorig jaar januari met de nationale titel bij de elite veldrijders, zijn eerste op dat niveau. Vervolgens volgden achtereenvolgens: de wereldtitel cross bij de beloften, de nationale tijdrittitel bij de beloften, goud op het WK tijdrijden voor beloften, weer een nationaal veldritkampioenschap bij de Elite en als klapstuk ook de wereldtitel in die topcategorie. En nu dan zijn eerste titel op de weg en dan meteen bij de grote mannen.

Dat was bovendien zijn twaalfde zege van dit wegseizoen, wat voor Boom door de noodzakelijke rustfase na het veldritseizoen pas op 25 april in de Tour de Bretagne begon. Bij die twaalf overwinningen zijn vier tijdritzeges, twee overwinningen in etappekoersen (Olympia`s Tour en de Ronde van Lerida) en vier massasprintoverwinningen. Tweemaal rekende Boom in de sprint met medevluchters af. Bovendien was de door hem gewonnen Ronde van Lerida een serieuze bergkoers met drie loodzware bergetappes en cols tot 2000 meter hoogte. Nederland heeft vermoedelijk nog nooit zo`n veelzijdige coureur gehad, die zich bovendien heeft voorgenomen zich meer op het klimwerk te richten om ook daar zijn vaardigheden in te verbeteren. Meer lezen