Tour de France - ´Een noodzakelijk kwaad? Ook een monument´
De Hel van het Noorden zet zondag zijn poorten weer wagenwijd open. Veel renners walgen er van, voor sommigen is het hun jaarlijkse speelterrein. Adri van Houwelingen (foto) was tijdens zijn actieve carrière een `liefhebber` van de kasseienklassieker. Hij kwam er goed overheen. Zeven keer aan de start. Een keer toptien. Logisch dat hij nu een van de Raboploegleiders is. "Parkoerskennis is vooral in Parijs-Roubaix voor een ploegleider onontbeerlijk. Frans Maassen en ik kennen deze koers het beste. Een heerlijke wedstrijd." Een mini-interview met Adri van Houwelingen.
Hoe beleefde je vroeger als renner de Hel?
"Ik kan niet zeggen dat ik stond te trappelen om hem te rijden, dat doet niemand denk ik. Ja, misschien wel een noodzakelijk kwaad. Maar het hoort erbij. Het is en blijft een monument en je wilt zoiets toch graag beleven. Als je dan ook goed over die keien komt, geeft het wel een kick. Het ging mij goed af. Ik heb hem denk ik zeven keer gereden. Een keer tiende, maar het ging altijd wel goed daar op de kasseien. In mijn tijd kwam het parkoers van Parijs-Roubaix ook regelmatig in het Tourtraject voor. Daar kon ik ook altijd heel goed mee komen. Er vielen in die etappes wel altijd grote klappen, maar ik zat voorin."
Veel renners hebben er een bloedhekel aan. Sommigen zweren erbij. Wat is het vervelende van over kinderkopjes rijden?
"Je gaat geen klimmers tegenkomen. Als je zestig kilo weegt, moet je hier niet aan beginnen. Je stuitert zo van de keien af. Alle renners die nu in Baskenland rijden, hebben een hekel aan Parijs-Roubaix. Dat weet ik wel zeker. Je wordt op de kasseien helemaal door elkaar geschud. Dat in combinatie met de lengte van de wedstrijd, 260 kilometer, wordt op een bepaald moment ondraaglijk. Het is vooral zaak, dat je ontspannen op je fiets zit. Hoe krampachtiger je gaat rijden, hoe meer je de schokken gaat voelen. Hoe vermoeider je bent, hoe krampachtiger je wordt. Hoe meer het schudt, hoe meer je je lijf gaat voelen. De sterksten en besten komen hier altijd bovendrijven."
Parijs-Roubaix is de laatste jaren eigenlijk vaste prik voor jou als ploegleider. Nu samen met Frans Maassen. Erik Dekker is nochtans dé ploegleider voor de klassiekers bij de Raboploeg.
"Ja dat klopt. Maar parkoerskennis is vooral in Parijs-Roubaix voor een ploegleider onontbeerlijk. Frans Maassen en ik kennen deze koers het beste. Erik Dekker heeft hem denk ik als renner nooit gereden. Frans en ik stonden hier verschillende malen aan de start. Vandaar de keuze en daar staat Erik helemaal achter. Het is een logische keuze."
Je bent nu, vrijdagochtend, al onderweg naar Frankrijk. Jullie gaan het parkoers verkennen. Maar dat kennen de renners toch al als hun broekzak?
"Toch is het goed om een paar dagen voor de koers nog even een paar cruciale stroken te zien en herkenningspunten in je op te nemen. Het parkoers staat al jaren vast. Er verandert niets meer aan de kasseienstroken. Maar je rijdt hier slechts een keer per jaar. We gaan dadelijk vanaf de laatste strook voor het bos van Wallèrs tot veertig kilometer voor de finish over het parkoers fietsen. Zo`n zestig kilometer. Dat is echt geen overbodige luxe. Het brengt de renners ook direct in de juiste stemming."
Hoe staat de vlag er nu bij in de ploeg? Vlaanderen was een teleurstelling. Sebastian was deze week ziek.
"Sebastian ziet er nu erg goed uit en voelt zich honderd procent. Flecha is heel erg goed. Dat heeft hij zondag ondanks alles nog laten zien in Vlaanderen. In de finale kwam hij toch weer terug. De moraal is prima hoor. De ploeg wil zich laten zien zondag. Na vorig jaar willen ze nu allemaal een kans om een rol te spelen in de finale. Toen hadden we dikke pech. Flecha reed vlak voor het bos lek, net toen de boel al ontplofte. Daardoor fietsten we de rest van de koers achter de feiten aan. Sebastian kwam in de finale nog in een goede positie, maar hij viel letterlijk weg vooraan. Die herinneringen willen we wegpoetsen."
Dmitriy Kozontchuk heeft een paar jaar geleden de Hel als espoir gewonnen. Met een identieke finale. Toch is hij er nu als `specialist` niet bij. Waarom is dat?
"Dmitriy wil zelf niet. Hij heeft hier al gereden als prof en dat is hem kennelijk niet goed bevallen. Hij ziet het eigenlijk helemaal niet zitten in Parijs-Roubaix. En als er een wedstrijd is waarin je gemotiveerd aan de start moet verschijnen, dan is het de Hel. Wij nemen dat hem niet kwalijk. Het is gewoon helder en duidelijk."
Tot slot, wie zijn jouw favorieten en waar liggen jullie kansen?
"Mijn lijstje is het bekende lijstje. Boonen, Devolder, Hoste, Quinziato, Maaskant. Bij ons staan Flecha en Langeveld natuurlijk heel hoog. Parijs-Roubaix is een koers waarin je vroeg initiatief moet nemen en zaken moet afdwingen. Daar kwamen we vorig jaar door tegenslag niet aan toe. Dit jaar hopen we dat wel te kunnen realiseren. Zo zal Quick Step de wedstrijd ook beginnen. Dat is ook de te kloppen ploeg. Wij gaan de strijd aan. De ploeg is er ook klaar voor."