Tour de France - (Dauphine) Gesink toont karakter op Madeleine
Tweede in de voorlaatste etappe en vierde in het algemeen klassement. Robert Gesink (foto) toont in de Dauphiné Libéré aan dat hij klaar is voor de Tour de France. Sterker nog, de kopman van de Raboploeg etaleerde op de flanken van de col de la Madeleine opnieuw zijn buitengewone klimmerstalenten. Eigenlijk konden alleen Alejandro Valverde, Alberto Contador en Cadel Evans daar -met moeite- gelijke tred mee houden. De Fransman David Moncoutié kon de op de slotklim sterk naderende Gesink voor blijven, maar die werd wel nog tweede. Vlak voor de aanstormende Evans en Valverde.
De tweede plaats zorgde vervolgens voor een ambivalent gevoel bij de renner zelf en binnen de Raboploeg. "Hij voert hier echt een fraai nummertje op, maar het is jammer dat dan Moncoutié zo sterk rijdt", verklaarde ploegleider Erik Breukink de lichte teleurstelling. "Het is sneu voor Robert. Hij zit er steeds dichtbij, maar die zege blijft steeds uit. Al zal dat vast en zeker gaan gebeuren." Moncoutié was de laatste overlever van een kopgroep van 24 man, waar ook Juan Antonio Flecha en Juan Manuel Garate deel van uitmaakten. De Fransman staat bekend als een goed klimmer, maar dat hij het solo op de slotklim zou volhouden, was een verrassing.
"Moncoutié hield erg lang een voorsprong van anderhalve minuut vast. Dat bleek uiteindelijk funest voor Robert", zag Breukink. "Als hij in die periode een beetje meer toegeeft, zit er nog een kans in voor Robert. Nu was het gat eigenlijk te groot toen hij uiteindelijk wegreed bij de grote drie." De tweede plaats werd achteraf wel weer in het juiste perspectief geplaatst door Breukink. "Evans, Contador en Valverde zijn in deze ronde de besten, maar Robert komt daar toch heel kort achter. En dat terwijl hij vandaag niet eens een geweldige dag had. Tweede worden in zo`n rit, maar vooral zo koersen, is eigenlijk heel erg goed."
Volgens plan
Alles verliep de gehele etappe al volgens plan voor de Rabo`s. Flecha en Garate - voor de tweede dag op rij - waren attent toen een groep van 24 man aan de haal ging. Dat was conform opdracht van de ploegleiders. Breukink: "Robert zou zich rustig houden tot aan de laatste klim en daar nog eens vol aangaan. Vooraf moesten we ervoor zorgen, dat we iemand in een ontsnapping zouden hebben. Dat lukte." De ploeg reed ook na de ontsnapping prima. Gesink werd goed omringd en twee man in een grote vlucht hield de druk van de ketel voor de rest er achter.
Aan de voet van de laatste col, de eerste vijftien kilometer van de col de la Madeleine, had Gesink nog vier ploegmaats bij zich. Een luxe na twee belimmingen van de buitencategorie. Alleen Bram Tankink had toen de grote groep moeten laten gaan. Speelt de interne strijd om een Tourplek daarbij een rol? Breukink: "Bij de jongens speelt dat wel mee, maar als je niet harder kunt, dan kun je gewoon niet. De ploeg rijdt hier de gehele week al een goede ronde. Maar ach, dat ze er vandaag op het laatst nog allemaal bijzaten, kwam natuurlijk ook omdat er vooraf in een acceptabel tempo tegen de cols werd opgereden. Het was in elk geval geen grote verrassing, maar wel leuk."