Tour de France - (California) Fans komen hier massaal op de fiets
Als wielrenner was Adri van Houwelingen (foto) in 1976 actief in Noord-Amerika, op de Olympische Spelen van Montreal. Maar als ploegleider zit hij deze week in Californië voor het eerst achter het stuur van de volgwagen in een wedstrijd op het nieuwe continent. Iedere dag loopt hij tegen dingen aan, die anders zijn dan in Europese wedstrijden, maar het algemene gevoel is heel goed. "De wedstrijd hier is heel leuk en de ambiance hartverwarmend. Amerikanen zijn geweldige sportliefhebbers."
Wat is jouw ervaring als actief sporter en/of ploegleider in Noord-Amerika?
"Als renner maakte ik deel uit van de Nederlandse ploeg op de Olympische Spelen van Montreal. Maar dat is al zo lang geleden, in 1976, dat ik me daar nog maar weinig van herinner. Rond die Spelen heb ik nog een koers in Canada gereden, maar dat was het dan. Als ploegleider ben ik nog nooit in de VS of in Canada geweest. Maar tot voor kort stonden er natuurlijk ook nog niet zoveel koersen hier op de internationale kalender."
Wat zijn de grootste verschillen waar je tegenaan loopt?
"De beleving van de Amerikaanse pro-continentale ploegen. Die is totaal anders dan van Europese ploegen. De meeste Amerikaanse renners zien de koers als fun, terwijl de Europeanen het op dit niveau zonder uitzondering veel meer beroepsmatig oppakken. Een ander opvallend verschil is de organisatie van de verzorging van de teams. We zitten met alle ploegen in hetzelfde hotel en eten ook allemaal gezamenlijk van een groot buffet. Dat kwam je vroeger in Zweden nog wel eens tegen, maar nu nergens meer in Europa. Alleen hier en in Australië."
Toch doen sommige Amerikaanse kleine ploegen in het klassement nog mee.
"Ja, dat klopt, Maar voor die teams is dit wat voor ons de Tour de France is. De belangrijkste wedstrijd van het jaar. Marc de Maar rijdt nu voor een Amerikaans team. Hij doet het hier hartstikke goed en dat is die jongen van harte gegund. Maar waar was Marc de Maar in maart en waar is hij in juli? Veel Europese renners komen uit de klassiekers en werken nu weer naar een nieuwe piek toe. Ik wil het niet als excuus aanvoeren dat we vandaag niemand in de eerste groep hadden, maar het verschil is er nu eenmaal."
Wat valt er buiten de koers op?
"Het enthousiasme van het publiek. De wedstrijd hier is heel leuk en de ambiance hartverwarmend. Amerikanen zijn geweldige sportliefhebbers. Wat ook opvalt, is dat bijna negentig procent van de toeschouwers met de fiets komt. Daar kijk ik mijn ogen naar uit. Het zijn allemaal liefhebbers en de kennis is wel degelijk aanwezig. Dat was een grote verrassing. Of Amerika een fietsland is, weet ik niet, maar California is het zeker wel."
Je blijft hopen op dagsucces. Hoe gaan jullie dat deze week klaarspelen?
"Ik geloof dat het iedere dag kan. Ook in de Koninginnenrit van vrijdag. We zijn hier alleen kansloos in een massasprint tegen Cavendish. Alle andere opties bieden kans op succes. Maar daarbij lopen we nog tegen een ander probleem aan. ProTour-renners hebben het hier lastig. Voor ons is het moeilijker om weg te komen dan voor de kleinere Amerikaanse ploegen. Bij Quick Step zien ze hetzelfde probleem. We moeten gewoon nog ietsjes harder fietsen."